75

Hoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd dat gij aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed gemeenschap hebt?

Alzo, dat Christus mij en allen gelovigen
tot Zijn gedachtenis
van dit gebroken brood te eten
en van dezen drinkbeker te drinken bevolen heeft,
en daarbij ook beloofd heeft;
a
eerstelijk dat Zijn lichaam
zo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken
en Zijn bloed voor mij vergoten is,
als ik met de ogen zie
dat het brood des Heeren mij gebroken
en de drinkbeker mij medegedeeld wordt;
en ten andere dat Hij Zelf mijn ziel
met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed
zo zekerlijk tot het eeuwige leven spijst en laaft,
als ik het brood en den drinkbeker des Heeren
(als zekere waartekenen des lichaams en bloeds van Christus)
uit des dienaars hand ontvang
en met den mond geniet.

76

Wat is dat te zeggen, het gekruisigd lichaam van Christus eten en Zijn vergoten bloed drinken?

Het is niet alleen met een gelovig hart
het ganse lijden en sterven van Christus aannemen
en daardoor vergeving der zonden
en het eeuwige leven verkrijgen,
a
maar ook daarbenevens door den Heiligen Geest,
Die èn in Christus èn in ons woont,
alzo met Zijn heilig lichaam
hoe langer hoe meer verenigd worden,
b
dat wij, al is het dat Christus in den hemel is
c
en wij op aarde zijn,
nochtans vlees van Zijn vlees
en been van Zijn gebeente zijn,
d
en dat wij door één Geest
(gelijk de leden van een lichaam door één ziel)
eeuwiglijk leven en geregeerd worden.
e

77

Waar heeft Christus beloofd dat Hij de gelovigen zo zekerlijk alzo met Zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood eten en van dezen drinkbeker drinken?

In de inzetting des Avondmaals, welke alzo luidt: a
'De Heere Jezus, in den nacht, in welken Hij verraden werd, nam het brood; en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt' (1 Korinthe 11:23-26).

Deze toezegging wordt ook herhaald door den heiligen Paulus, waar hij spreekt:
'De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn' (1 Korinthe 10:16-17).

origineel
SV
16
leermodusleren