86

Aangezien wij uit onze ellendigheid, zonder enige verdienste onzerzijds, alleen uit genade, door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen?

Daarom, dat Christus,
nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht
en vrijgemaakt heeft,
ons ook door Zijn Heiligen Geest
tot Zijn evenbeeld vernieuwt,
opdat wij ons met ons ganse leven
Gode dankbaar voor Zijn weldaden bewijzen,
a
en Hij door ons geprezen worde.
b
Daarna ook, dat elk bij zichzelf
van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij,
c
en dat door onzen godzaligen wandel
onze naasten ook voor Christus gewonnen worden.
d

87

Kunnen dan die niet zalig worden, die, in hun goddeloos ondankbaar leven voortvarende, zich tot God niet bekeren?

In generlei wijze;
want de Schrift zegt, dat
geen onkuise, afgodendienaar,
echtbreker, dief, geldgierige,
dronkaard, lasteraar,
noch rover, noch dergelijke,
het Rijk Gods beërven zal.
a

origineel
SV
16
leermodusleren