Vraag 27Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods?

Antwoord:

De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, a
door welke Hij hemel en aarde,
mitsgaders alle schepselen,
gelijk als met Zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, b
dat loof en gras, regen en droogte, c
vruchtbare en onvruchtbare jaren,
spijze en drank, gezondheid en krankheid, d
rijkdom en armoede, e
en alle dingen, niet bij geval,
maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen. f

Bewijsteksten

a

En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en den adem, en alle dingen geeft. Handelingen 17:25

Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons. Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht. Handelingen 17:27-28

Ben Ik een God van nabij, spreekt de HEERE, en niet een God van verre? Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE. Jeremia 23:23-24

Wee dengenen, die zich diep versteken willen voor den HEERE, hun raad verbergende; en welker werken in duisterheid geschieden, en zij zeggen: Wie ziet ons, en wie kent ons? Ulieder omkeren is, alsof de pottenbakker geacht werd als leem, dat het maaksel zeide van zijn maker: Hij heeft mij niet gemaakt; en het geformeerde vat van zijn pottenbakker zeide: Hij verstaat het niet. Jesaja 29:15-16

Toen zeide Hij tot mij: Hebt gij gezien, mensenkind, wat de oudsten van het huis Israels doen in de duisternis, een ieder in zijn gebeelde binnenkameren? want zij zeggen: De HEERE ziet ons niet, de HEERE heeft het land verlaten. Ezechiël 8:12

b

Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen. Hebreeën 1:3

c

En zij zeggen niet in hun hart: Laat ons nu den HEERE, onzen God, vrezen, Die den regen geeft, zo vroegen regen als spaden regen, op Zijn tijd; Die ons de weken, de gezette tijden van den oogst, bewaart. Jeremia 5:24

Hoewel Hij nochtans Zichzelven niet onbetuigd gelaten heeft, goed doende van den hemel, ons regen en vruchtbare tijden gevende, vervullende onze harten met spijs en vrolijkheid. Handelingen 14:17

d

Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden. Johannes 9:3

e

Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt. Spreuken 22:2

f

Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. Mattheüs 10:29

Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE. Spreuken 16:33

origineel
SV
onder tekst
16
leermodusleren