16

Waarom moet Hij een waarachtig en rechtvaardig mens zijn?

Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde,
dat de menselijke natuur,
die gezondigd had,
voor de zonde betaalde;
a
en dat een mens,
zelf een zondaar zijnde,
niet kon voor anderen betalen.
b

17

Waarom moet Hij tegelijk waarachtig God zijn?

Opdat Hij, uit kracht Zijner Godheid, a
den last van den toorn Gods
b
aan Zijn mensheid zou kunnen dragen,
c
en ons de gerechtigheid
en het leven zou kunnen verwerven en wedergeven.
d

18

Maar wie is deze Middelaar, Die tegelijk waarachtig God a en een waarachtig b rechtvaardig mens is? c

Onze Heere Jezus Christus, d
Die ons van God
tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking,
en tot een volkomen verlossing geschonken is.
e

19

Waaruit weet gij dat?

Uit het heilig Evangelie,
hetwelk God Zelf eerstelijk
in het paradijs heeft geopenbaard,
a
en daarna door de heilige patriarchen
b
en profeten
c laten verkondigen,
en door de offeranden
en andere ceremoniën der Wet laten voorbeelden,
d
en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld.
e

origineel
SV
16
leermodusleren