Vraag 111Maar wat gebiedt u God in dit gebod?

Antwoord:

Dat ik mijns naasten nut,
waar ik kan en mag, bevordere;
met hem alzo handele,
als ik wilde, dat men met mij handelde; a
daarenboven ook, dat ik trouwelijk arbeide,
opdat ik den nooddruftige helpen moge. b

Bewijsteksten

a

Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten. MattheĆ¼s 7:12

b

Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft. Efeze 4:28

origineel
SV
onder tekst
16
leermodusleren