27

Wat bedoel je met de voorzienigheid van God?

De almachtige en overal aanwezige kracht van God, a
waardoor Hij met Zijn eigen hand
hemel en aarde met alle schepsels onderhoudt.
b
Hij regeert alles zo dat niets toevallig gebeurt,
maar dat we alles uit Zijn vaderlijke hand ontvangen:
f
bomen en planten, regen en droogte,
c
vruchtbare en onvruchtbare jaren,
eten en drinken, gezondheid en ziekte,
d
rijkdom en armoede,
e en alle andere dingen.

28

Wat hebben we eraan om te weten dat God alles geschapen heeft en nog steeds door Zijn voorzienigheid onderhoudt?

Dat wij in alle tegenspoed geduldig a
en in voorspoed dankbaar mogen zijn.
b
In alles wat we nog meemaken,
vertrouwen we helemaal op onze trouwe God en Vader.
c
Geen schepsel zal ons van Zijn liefde scheiden,
d
want alle schepsels zijn zo in Zijn hand
dat ze tegen Zijn wil niets kunnen doen.
e

hedendaags
HSV
17
leermodusleren