Vraag 103Wat gebiedt God in het vierde gebod?

Antwoord:

Ten eerste, dat de kerkdiensten en het geloofsonderwijs aan kinderen in stand worden gehouden. a Ook dat ik trouw naar de gemeente van God kom, vooral op de rustdag (sabbat). b Om daar het Woord van God te horen, c de sacramenten te gebruiken, d gemeenschappelijk tot God te bidden e en geld aan de armen te geven. f Ten tweede, dat ik mijn leven lang mijn slechte daden laat rusten en de Heere in mij laat werken door de Heilige Geest. Zodat de eeuwige sabbat nu al in mijn leven begint. g

Bewijsteksten

a

Om die reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat u verder in orde zou brengen wat nog ontbrak, en van stad tot stad ouderlingen zou aanstellen, zoals ik u opgedragen heb. Titus 1:5

Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt. 2 Timotheüs 3:14

Weet u niet dat zij die de tempeldienst verrichten, van het heilige eten? En dat zij die steeds bij het altaar verkeren, hun deel ontvangen van de offers van het altaar? Zo heeft de Heere ook met het oog op hen die het Evangelie verkondigen, opgedragen dat zij van het Evangelie leven. 1 Korinthe 9:13-14

En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen. 2 Timotheüs 2:2

En u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is. 2 Timotheüs 3:15

b

Ik breng de blijde boodschap van de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen belet ik niet. Ú, HEERE, weet het! Uw gerechtigheid verberg ik niet diep in mijn hart, Uw waarheid en Uw heil verkondig ik. Uw goedertierenheid en Uw trouw verzwijg ik niet in de grote gemeente. Psalmen 40:10-11

Loof God in de samenkomsten, loof de Heere, u die voortkomt uit de bron van Israël. Psalmen 68:27

En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden. Handelingen 2:42

c

Blijf bezig met het voorlezen, met het vermanen, met het onderwijzen, totdat ik kom. 1 Timotheüs 4:13

En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen. 1 Korinthe 14:29

d

Daarom, mijn broeders, als u samenkomt om te eten, wacht op elkaar. 1 Korinthe 11:33

e

Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen. 1 Timotheüs 2:1

Want anders, als u dankzegt met uw geest, hoe zal hij die de plaats inneemt van de niet-ingewijde, amen zeggen op uw dankzegging, wanneer hij niet weet wat u zegt? 1 Korinthe 14:16

f

Op elke eerste dag van de week moet ieder van u bij zichzelf iets opzijleggen om op te sparen wat in zijn vermogen is, opdat de inzamelingen niet pas dan gehouden worden, wanneer ik gekomen ben. 1 Korinthe 16:2

g

En het zal geschieden dat van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat alle vlees zal komen om zich neer te buigen voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE. Jesaja 66:23

hedendaags
HSV
onder tekst
16
leermodusleren