113

Wat eist van ons het tiende gebod?

Dat ook de minste lust of gedachte
tegen enig gebod Gods
in ons hart nimmermeer kome,
maar dat wij te allen tijde
van ganser harte aller zonden vijand zijn
en lust tot alle gerechtigheid hebben.
a

114

Maar kunnen degenen, die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomenlijk houden?

Neen zij;
maar ook de allerheiligsten,
zolang als zij in dit leven zijn,
hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid;
a
doch alzo, dat zij met een ernstig voornemen
niet alleen naar sommige,
maar naar al de geboden Gods beginnen te leven.
b

115

Waarom laat ons dan God alzo scherpelijk de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan?

Eerstelijk, opdat wij ons leven lang
onzen zondigen aard
hoe langer hoe meer leren kennen,
a
en des te begeriger zijn,
om de vergeving der zonden
en de gerechtigheid in Christus te zoeken.
b
Daarna, opdat wij zonder ophouden ons benaarstigen,
en God bidden om de genade des Heiligen Geestes,
opdat wij hoe langer hoe meer
naar het evenbeeld Gods vernieuwd worden,
totdat wij tot deze voorgestelde volkomenheid
na dit leven geraken.
c

origineel
SV
16
leermodusleren